|
Zwaarden
Het hier niet afgebeelde zwaard van Lith (ook torsiedamast, 'gesigneerd' met "+ VLFBERHT +") heeft een soortgelijk gevest als Dorestad E, alleen is het rijk versierd (brons met zilveren inleg). Uit de afbeelding van de doorsneden blijkt, dat alle zwaarden zijn opgebouwd uit samengewelde stroken torsiedamast, waar de niet-gedamasceerde snijkanten weer tegen aan geweld zijn. Die snijkanten moesten vooral hard zijn, maar waren desalniettemin aan slijtage onderhevig. LHO lid Idar Koets heeft uit diverse Noorse sagen afgeleid, dat versleten snijkanten van de kling werden afgebeiteld en vervangen door nieuwe; ondertussen werd ook het gevest geheel vernieuwd.
Op doorsnede zijn 2 klingen ruitvormig (sterk afgeplat), de overige 7 hebben een meer of minder sterk ontwikkelde middengeul (ten onrechte wel 'bloedgeul' genoemd). De middengeul vermindert het gewicht, zonder dat de kling noemenswaardig aan sterkte inboet. De pommels laten geen grote verrassingen zien; de driehoek, de 'theemuts' (D-vormig) en de drie-lobbige zijn uit heel noordwest Europa bekend. Wel verrassend zijn de afmetingen; waren de langesaxen al aan de maat, deze zwaarden zijn het zeker.
Natuurlijk, het betreft maar een klein aantal vondsten en je kunt je afvragen, of je hier de 'standaardnormaalverdeling' uit de statistiek op mag loslaten; ik heb aangenomen dat dit hier wel van toepassing is en ben tot de volgende resultaten gekomen.
Tabel 1: afmetingen vroegmiddeleeuwse zwaarden (alle maten in mm)
| Kenmerk |
n
|
µ
|
s(n - 1) |
Grootste |
Kleinste |
| Totale lengte |
6 |
938 |
38,7 |
995 |
888 |
| Klinglengte |
8 |
781 |
27,0 |
821 |
747 |
Grootste klingbreedte |
9 |
52,0 |
3,9 |
59,0 |
45,5 |
Grootste klingdikte |
8 |
4,65 |
0,77 |
6,0 |
3,5 |
| Pareerstang |
8 |
94,0 |
14,3 |
122 |
79 |
| Gevest |
7 |
156 |
11,5 |
175 |
138 |
| Greep |
7 |
99 |
5,4 |
105 |
89 |
n = (aantal) µ = (gemiddelde) s(n - 1) = (standaardafwijking)
Enkele resultaten:
• de (grootste) breedte van de meeste klingen (bij de stootplaat) varieert van 50 tot 55 mm;
• de gevesten kunnen flink variëren in lengte (13.8 tot 17.5 cm), maar dit wordt sterk beïnvloed door de dikte van de stootplaat en vorm van de pommel;
• de greep heeft zonder uitzondering de typische lengte voor eenhandige zwaarden;
• hoewel de meeste stootplaten kort zijn is die ene lange niet uitzonderlijk, uit Noorwegen zijn ook enkele (vroegmiddeleeuwse) vondsten bekend;
• het meest opvallend is de lengte van de klingen, het zijn gewoon lange zwaarden! Volgens de statistiek valt 95% van de waarnemingen binnen plus of min tweemaal de standaardafwijking, dus 727 om 835 mm klinglengte. Slecht nieuws voor de voegmiddeleeuwers onder de Wapencnechten, die blijven bijna allemaal onder deze grens met hun zwaarden.
Het graf van Borne
Jammer genoeg staan er geen maten bij de afbeelding waar ik over beschik; echter, uit de lengte van het gevest meen ik te mogen afleiden, dat dit 8e eeuwse zwaard een kling van 750 tot 800 mm heeft.

8e eeuws zwaard en lanspunt (bron: Delta I)
Zijn de zwaarden en saxen al lang, wat te denken van deze 'kingsize' speerpunt? Dat ding moet tussen 55 en 60 cm lang zijn! Het is een zogeheten vleugellans, maar, gezien de breedte van het blad vraag ik mij af of die vleugeltjes veel nut hebben gehad. Het lijkt bijna een 'zwaard op een (lange) stok'. Andere vondsten laten wat kortere speerpunten (vaak voorzien van vleugels) zien, maar, variërend van 25 tot 45 cm zijn die ook niet bepaald klein te noemen
Conclusies (voor de moderne levende geschiedenis beoefenaar)
Authenticiteit staat nog altijd voorop binnen de LHO. Leden die een 7e, 8e of vroeg 9e eeuwse bewoner van boven de grote rivieren willen uitbeelden kunnen uitstekend uit de voeten met de langesaxen (meestal Angelsaksisch model), die door diverse wapensmeden gemaakt worden. Ik heb mijn langesax opgemeten, en die komt bijna perfect overeen met de 8e eeuwse sax van Godlinze (Groningen).
Voor zwaarden ligt dit verhaal wat anders; als we de cijfers mogen geloven is 75 cm klinglengte toch wel het minimum voor de vroege middeleeuwers. Dus mensen, tijd voor een 'grote mannen' zwaard (toegegeven, mijn 10e eeuwse zwaard is met zijn 708 mm kling ook maar een ukkie).
Wat de speren betreft, weg met de 'babypuntjes' (die vrijwel uitsluitend in Engeland zijn teruggevonden), 30 cm is toch wel het minimum.
Thorfast Einarsson (aka Roel Oosterop)
|