home Frisia Deventerburgerscap t huys baersenbrouc compagnie d'ordonnance
Vroegmiddeleeuwse wapens uit de Lage Landen - deel één PDF Print E-mail

(eerder verschenen in Cronike 15.1 en 15.2)

Regelmatige bezoekers van de Wapencnechten trainingen kennen het bonte scala aan middeleeuwse wapens; zwaarden, saxen, bijlen, speren en andere vreemdsoortige metalen 'uitstulpingen' aan lange stokken. Ook binnen een bepaalde categorie wapens is de variatie enorm.

Uit verschillende bronnen heb ik wat gegevens verzameld over in Nederland gevonden 8e, 9e en 10e eeuwse wapens. Ik wil me hier beperken tot zwaarden, langesaxen en een enkele speer (omdat deze zo enorm groot is). Toegegeven, 10 zwaarden (8 uit Dorestad, 1 uit Lith en de laatste uit Borne) is nu niet bepaald een 'betrouwbare' steekproef, maar meer gegevens heb ik tot nu toe niet kunnen verzamelen. Uitgezonderd het zwaard van Borne, dat een 8e eeuwse grafgift is, zijn de overige zwaarden op de 9e en 10e eeuw gedateerd.

Daarnaast zijn er gegevens van 19 langesaxen; voor zover een betrouwbare datering mogelijk was stammen de meeste uit de 8e eeuw. Te oordelen naar technische details zouden enkele langesaxen 9e eeuws zijn, terwijl één uit de 7e eeuw stamt.

Dorestad zwaard 1

Dorestad zwaarden (tekening naar J. Ypey)

 

Zwaarden en saxen

Deze wapens zijn al ruim voor de middeleeuwen bekend; zo vertrouwden de Romeinse legioenen, naast de 'pilum', blind op hun 'gladius' (hispanicus) en 'spatha'. Uit 'De Bello Gallico' (van de hand van Gaius Julius) leren we, dat hun Gallische (keltische!) tegenstanders evengoed speer en zwaard hanteerden. De vroeg Merovingische zwaarden die teruggevonden zijn kunnen als een rechtstreekse voortzetting van de spatha beschouwd worden. Andere Romeinse generaals hebben hun tanden stukgebeten op de Daciërs; dit volk hanteerde de 'falx', een soort zeisblad gemonteerd op een stok van ca. 50 cm, naar keus met één of beide handen te gebruiken. De sax mag beschouwd worden als een gewoon mes, dat zijn weg naar het slagveld gevonden heeft. Als het een formaat keukenmes betreft (soms bekend als scramasax, klinglengte doorgaans 30 tot 35 cm) is het waarschijnlijk als dolk of vechtmes gebruikt. Omdat de sax veel goedkoper te maken is dan een zwaard (de sax heeft slechts één snijkant), is het niet verwonderlijk, dat dit wapen langer en langer werd (klinglengte soms 60 cm of meer) en zeer toepasselijk de naam 'langesax' (sommige vroegmiddeleeuwse bronnen spreken van 'langeseax') kreeg.

Hier is al één verschil met zwaarden duidelijk; in tegenstelling tot de sax zijn bij het zwaard beide zijden scherp. Daarnaast heeft een zwaard een volledig gevest; stootplaat (of pareerstang), greep en gevestknop (of pommel). Nu zijn er saxen met stootplaat bekend (één is te bezichtigen in het Legermuseum, Delft; de kling is ca. 35 cm), maar op de in Nederland gevonden langesaxen ontbreken ze geheel.

Langesax

Reconstructie langesax, naar H. Westphal.

 

Langesaxen

De afbeelding laat duidelijk de algemene opbouw van het wapen zien. De eigenlijke kling (het scherpe deel) gaat naadloos over in de doorn (ook bekend als angel of tang, hoewel dit laatste een anglicisme is). De greep zit om de doorn geklemd. Bij een zwaard is dit wat anders, daar loopt de doorn door de hele greep en pommel en wordt vervolgens 'om' geklonken. Hierdoor wordt het gevest aanzienlijk sterker. De hier afgebeelde sax volgt het zogeheten Angelsaksische model; een rechte snijkant en een geknikte rug ('lage punt'). Bij andere modellen kan de rug nog wat aflopen naar de punt, terwijl de snijkant oploopt ('middenpunt'); dit model is enigszins chauvinistisch wel als 'Friese' sax aangeduid, maar blijkt evengoed elders (o.a. Nedersaksen en Scandinavië) te zijn voorgekomen. Typisch Frankische saxen hebben een rechte rug en loopt alleen het snijvlak op richting punt ('hoge' punt').

Alle langesaxen die in Nederland boven de grote rivieren zijn teruggevonden hebben een lage of middenpunt. Daarnaast zijn ze fors van formaat. H. Westphal heeft deze saxen vergeleken met vondsten uit Nedersaksen. De laatsten hebben een gemiddelde lengte (kling incl. angel) van 641 mm bij een gemiddelde breedte van 42,5 mm. De Nederlandse saxen komen gemiddeld uit op 681 mm bij 45 mm.

Dorestad zwaard 2

Torsiedamast

Torsiedamast (gearceerd) in de Dorestad zwaarden (naar J. Ypey)

Een vergelijking tussen de zwaarden en langesaxen toont grote verschillen in de opbouw van de klingen. Bij de meeste saxen is de kling uit één stuk staal gesmeed, op dwarsdoorsnede (sterk afgeplat) driehoekig. Om deze wapens toch voldoende sterkte te geven is de 'rug' bepaald dik te noemen, gemiddeld ruim 6,5 mm (ter vergelijking, de zwaarden komen gemiddeld op 4,65 mm uit).

De zwaarden laten een totaal ander beeld zien, hier zijn stroken torsiedamast op en aan elkaar gesmeed (het zogeheten 'wellen'). Torsiedamast moet niet verward worden met het zogeheten Damascus-staal; dit laatste (dat overigens in India werd vervaardigd) is van nature een legering van verschillende staalsoorten. Bij torsiedamast worden verschillende staalsoorten (koolstofrijk en koolstofarm) al draaiend in elkaar gesmeed (in het Engels wordt dit 'pattern welding' genoemd). Hierdoor verkrijgt men een zowel buigzaam als sterk materiaal. Door het staal licht te etsen kunnen nog allerlei patronen zichtbaar worden. Sommige zwaardsmeden (of hele gemeenschappen van wapenmakers, hier zijn de deskundigen het nog niet over eens) plaatsten op deze manier hun handelsmerk op hun producten; namen als VLFBERHT en INGELRI zijn in heel noordwest Europa op zwaarden teruggevonden. Eén van de Dorestad zwaarden (vroeg 10e eeuw) is op deze wijze voorzien van "+ ATALBALD + I".

Het uitgangsmateriaal moet wel van goede kwaliteit zijn om een degelijk wapen te verkrijgen. Uit Noors onderzoek (diverse zwaardvondsten uit de 'Trondelag') is gebleken, dat het in elkaar smeden van verschillende stukken 'pisbakkenstaal' slechts 'pisbakkendamast' oplevert. Oftewel, drie keer (optimistische schatting) stevig 'blokken' en het zwaard is gebroken!

Bij de langesaxen komt torsiedamast slechts spaarzaam voor en dan vooral als decoratie.

 

Het vervolg op dit artikel vind je hier.